Fotografie: de basis van de belichting…. sluitertijden en diagragma’s

Wanneer je gaat fotograferen wordt je tegenwoordig geweldig goed geholpen door de techniek. De meeste digitale camera’s bieden namelijk wel een volledig automatische stand waarbij je als fotograaf alleen nog maar oog hoeft te hebben voor de compositie. De camera kiest “zelf” de benodigde sluiterijd, diafragma, witbalans en soms ook de ISO waarde.

Toch zijn er genoeg situaties waarbij de automaat niet alles kan. Moeilijke lichtomstandigheden met grote contrasten of tegenlicht bijvoorbeeld. Of je wilt persee niet de gehele foto scherp hebben. Dan gaat ook de automaat kiezen en dat hoeft niet altijd het ideale te zijn. Om de lastige situaties de baas te kunnen, maar ook als je wat meer creativiteit in je foto wilt leggen, is het prettig om een andere stand dan de automatische te kunnen kiezen.

De goedkope compactcamera’s bieden niet altijd de mogelijkheid om zelf een en ander in te kunnen stellen maar de wat meer geavanceerde modellen en de digitale spiegelreflexcamera’s wel.
Naast de automatische stand (meestal P) hebben deze camera’s ook een A-stand (diafragmavoorkeuze), S-stand (sluitertijdvoorkeuze) en een M-stand.

Diafragma: de A bij de A-stand staat voor Aperture wat opening betekent en je bepaald hiermee de grootte van de opening in de lens: het diafragma. Dit is een variabele opening en je regelt hiermee de hoeveelheid licht wat door de lens op de opnamechip valt.
De grootte wordt aangegeven in een F-waarde en voor dat getal geldt: hoe kleiner het getal des te meer licht komt er door het objectief andersom. Dat klinkt onlogisch en verkeerd om maar dat komt omdat de F-waarde niet alleen de diafragmaopening is maar de verhouding tussen de brandpuntsafstand (f) en de diafragmaopening (D). Dus als je de brandspuntsafstand deelt door de diafragmadiameter (f/D dus) krijg je de F-waarde.
Scherptediepte: Een tweede aspect wat door het diafragma wordt bepaald is de scherptediepte oftewel de afstand vanaf het onderwerp waarop is scherpgesteld waarbij het nog scherp is, dit zowel voor als achter het onderwerp. Hoe groter het diafragma (=klein getal) hoe kleiner deze scherptediepte is. Bij een klein diafragma (=groot getal) heb je juist een grotere scherptediepte.

Sluitertijd: de S van de S-stand staat voor ShutterSpeed oftewel sluitertijd. Hiermee bepaal je hoelang de sluiter open wordt gestuurd en dus de tijdsduur dat de opnamechip belicht wordt.

De mate van belichting van de opnamechip en dus de foto is de hoeveelheid licht in een bepaalde tijd en wordt dus door zowel de sluitertijd als de diafragmaopening bepaald.

De A-stand:
In de A-stand kies je als fotograaf het diafragma en de camera kiest met behulp van de ingebouwde lichtmeting de bijbehorende sluitertijd. Je zult zien dat als je de camera van een licht onderwerp verplaatst naar een donker onderwerp en je wijzigt het diafragma niet, dat de sluitertijd door de camera langer zal worden gemaakt. Er is immers minder licht beschikbaar.
Het diafragma is ook van invloed op de scherptediepte en kan dus door de fotograaf op de A-stand snel en direct worden beïnvloed.
De praktijk in de A-stand:
– klein diafragma (groot getal) = minder licht = langere sluitertijd = grotere scherptediepte
– groot diafragma (klein getal) = meer licht = kortere sluitertijd = kleinere scherptediepte

De S-stand:
In de S-stand kies je als fotograaf de sluitertijd en de camera kiest de daarbij behorende diafragma. Als je de camera beweegt van een donker naar een lichter onderwerp en je wijzigt de sluitertijd niet, je zult zien dat de camera automatisch het diafragma aanpast. In dit geval wordt het diafragma kleiner omdat er nu meer licht is.
Omdat de sluitertijd van invloed is op de kans op bewegingsonscherpte wordt de S-stand vaak gekozen bij het fotograferen van bewegende objecten, zoals sportevenementen en spelende kinderen.
De praktijk in de S-stand:
– bij weinig licht: lange sluiterijd = meer kans op bewegingsonscherpte
– bij veel licht: korte sluiterijd = minder kans op bewegingsonscherpte

Kun je op de S-stand ook de scherptediepte beïnvloeden?
Ja, indirect wel. Als je in de S-stand een korte sluitertijd kiest zal de camera een groter diafragma instellen dan wanneer je een langere sluiterijd kiest.
Andersom, als je een langere sluitertijd kiest zal de camera een kleiner diafragma instellen.
Omdat het diafragma de scherptediepte beïnvloed, is het kiezen voor een andere sluitertijd dus indirect van invloed op de scherptediepte.

Kun je op de A-stand ook de eventuele bewegingsonscherpte beïnvloeden?
Ja, ook dit kan en weer op een indirecte manier. Immers, als je een groter diafragma kiest zal er meer licht door de lens vallen en zal de camera een kortere sluitertijd instellen. Hierdoor is de kans op bewegingsonscherpte kleiner. De scherptediepte zal, door dit grotere diafragma wel kleiner worden.
Andersom, als je een kleiner diafragma kiest, zal de camera een langere sluitertijd instellen en zal daardoor de kans op eventuele bewegingsonscherpte groter worden.

Wat kan er dan nog mis gaan, behalve bewegingsonscherpte of een te kleine scherptediepte?
Normaal gesproken gaat er op de A- of S-stand niet zo heel veel meer mis maar er zijn wel wat omstandigheden te bedenken waarbij het toch niet helemaal goed gaat. Neem bijvoorbeeld een zeer zonnige dag en een lichtsterke lens. Wanneerje het diafragma nu instelt op bijvoorbeeld 1.4 (waarschijnlijk de grootste lensopening) dan loop je het risico dat wanneer de camera de snelste sluitertijd gaat instellen, er toch nog teveel licht door de lens komt en de foto wordt overbelicht.
Of je kiest een zeer klein diafragma (bijvoorbeeld 32) op een grauwe dag. De camera zal dan een lange sluitertijd kiezen, bijvoorbeeld meerdere seconden. Hou de camera maar eens een seconde of 2 zo stil dat er geen bewegingsonscherpte op de foto te zien is, dat gaat dus niet lukken.

Nou hebben we ook nog een M-stand
Ja, die zit er ook vaak op en op de M-stand moet je als fotograaf zowel het diafragma als de sluitertijd instellen. je kunt daarbij gebruik maken van de lichtmeting op de camera waarbij je de lichtmeter op 0 gaat zien te krijgen.
Maar wanneer gebruik je die dan? Met de A- of S-stand kun je toch elke situatie aan? Een voorbeeld van wanneer je de M-stand goed kunt gebruiken is bij bijvoorbeeld panorama foto’s. Die bestaat uit meerdere opnames en je kunt je voorstellen dat je voor een panoramafoto een groot gebied gaat fotograferen waarbij de belichting van de eerste foto best kan afwijken van de belichting van de laatste foto. Op de A- of S-stand zou de camera dan sluitertijd of diafragma gaan aanpassen en dat is iets wat je met panoramafotografie niet wilt hebben.
Op de M-stand heb je daar geen last van. je neemt een gemiddelde instelling en neemt alle foto’s op diezelfde instellingen, dat kan dus alleen op de M-stand.

Zucht, en nou zijn er ook nog ISO waarden………..

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.